Het verschil tussen kunnen en áánkunnen

Weet jij het verschil tussen kunnen en áánkunnen?
Veel mensen met autisme kennen dit spanningsveld maar al te goed:
je kunt iets — maar je kunt het niet aan.
Op papier lijkt er niets aan de hand. Je hebt de kennis, de vaardigheden, misschien zelfs al ervaring met de taak. Toch voelt het alsof je systeem “overloopt”.

Dat komt omdat kunnen vooral gaat over vaardigheid, terwijl aankunnen te maken heeft met belasting.
🧠 Kunnen betekent: ik heb de capaciteit om het te doen.
💭 Aankunnen betekent: ik heb er op dit moment genoeg energie, overzicht en rust voor.
Wanneer die twee uit balans raken — bijvoorbeeld als je te veel prikkels hebt, te weinig tijd om te herstellen, of te veel onduidelijkheid ervaart — kan zelfs iets wat je normaal prima kunt, ineens te veel worden.

Daarom is het belangrijk om niet alleen te kijken naar wat je kunt, maar ook naar wat je aankunt vandaag.

Dat is geen teken van zwakte, maar van zelfinzicht.

Want juist door rekening te houden met je belastbaarheid, houd je ruimte over om te doen wat echt belangrijk is — op een manier die wél vol te houden is.

In dit blog, dat ik met toestemming van autismecoach Karin Simonis hier deel, laat ze een eenvoudig model zien dat ze gebruikt als visuele ondersteuning bij het werken met ‘Kunnen en áánkunnen’. De blog is geschreven voor autismecoaches en ik denk ook leerzaam en helpend voor jou.