Stress herkennen bij autisme: let op deze vroege signalen

Het belang van vroegtijdige signalering van stress bij autisme

Steeds meer werknemers vallen uit door stressgerelateerde klachten. In het afgelopen jaar nam het aantal dagen dat werknemers hierdoor niet konden werken met 12 procent toe. Over vijf jaar gaat het zelfs om een stijging van 49 procent.

Dat blijkt uit cijfers van ArboNed en HumanCapitalCare, die gegevens verzamelen van ruim een miljoen werknemers.

Werknemers die door stress uitvallen, zijn bovendien vaak langere tijd afwezig. Gemiddeld gaat het om 257 dagen. Bij een burn-out is dat gemiddeld 338 dagen.

Dat zijn indrukwekkende cijfers. En ze maken één ding duidelijk: wachten tot iemand echt niet meer kan werken, is geen goede strategie.

 

Stress ontstaat niet van de ene op de andere dag

Een burn-out of langdurige overbelasting ontstaat meestal niet ineens. Vaak zijn er al veel eerder signalen dat de balans tussen belasting en herstel niet meer klopt.

Je slaapt slechter, bent sneller geïrriteerd, hebt minder energie of merkt dat dingen die normaal gesproken lukken ineens veel moeite kosten.

Toch schuiven we deze signalen gemakkelijk aan de kant:

“Het is gewoon een drukke periode.”
“Volgende week wordt het rustiger.”
“Ik moet gewoon wat beter plannen.”

En ondertussen loopt de stress verder op.

 

Signalen van stress tijdig herkennen

Vroegtijdige signalering is voor iedereen belangrijk. Hoe eerder je merkt dat je belasting oploopt, hoe eerder je kunt bijsturen.
Bij mensen met autisme kunnen signalen van overbelasting soms anders of minder goed herkenbaar zijn. Prikkels, sociale situaties, veranderingen en voortdurend schakelen kunnen bijvoorbeeld veel energie kosten.

Je kunt je werk nog prima uitvoeren, terwijl je thuis merkt dat je volledig uitgeput bent, minder prikkels kunt verdragen of steeds meer tijd nodig hebt om te herstellen.
Daarom is het waardevol om niet alleen te kijken naar:

“Kan ik dit nog?”
maar ook naar:

“Wat kost het mij om dit vol te houden?”
Juist die tweede vraag helpt om eerder stil te staan bij je belasting en tijdig bij te sturen.

 

Leer jouw vroege signalen herkennen

Iedereen heeft andere signalen van oplopende stress. Denk bijvoorbeeld aan:

  • slechter slapen;
  • sneller geïrriteerd of emotioneel zijn;
  • minder prikkels kunnen verdragen;
  • moeite hebben met veranderingen;
  • meer piekeren;
  • minder behoefte hebben aan sociale contacten;
  • moeilijker kunnen concentreren;
  • steeds meer tijd nodig hebben om te herstellen.

Door jouw persoonlijke signalen vooraf in kaart te brengen, herken je eerder wanneer je richting je grens gaat.
Signaleren alleen is niet genoeg. Vervolgens is de vraag: wat helpt jou om bij te sturen?
Dat kan bijvoorbeeld meer rust zijn, minder prikkels, duidelijkheid, tijd om te schakelen, een andere planning of een gesprek met je leidinggevende.
En niet alles ligt bij jou. Ook je werkomgeving en de manier waarop het werk is georganiseerd hebben invloed op hoeveel belasting je ervaart.

 

Wacht niet tot het rood wordt

Je kunt stress vergelijken met een verkeerslicht.

Groen: je hebt voldoende energie en kunt herstellen.
Oranje: je merkt dat de belasting oploopt en krijgt signalen.
Rood: je grens is bereikt of overschreden.
Het doel is niet om nooit stress te hebben. Een gezonde hoeveelheid stress zorgt er juist voor dat we in actie komen. Het doel is wel om te leren herkennen wanneer je stress oploopt, zodat je kunt bijsturen voordat je in het rood terechtkomt.

 

Vroegtijdige signalering geeft je de mogelijkheid om eerder iets te veranderen.

Hoe eerder je herkent dat je uit balans raakt, hoe meer ruimte je hebt om in te grijpen. Als je al in het rood zit of daar tegenaan, wil je vaak niets anders dan je helemaal terugtrekken. Als je eerder herkent dat de stress oploopt, kun je nog maatregelen nemen.

Want hoe eerder je herkent dat je uit balans raakt, hoe meer ruimte er is om je belasting, herstel en omgeving opnieuw op elkaar af te stemmen.